Baliemvallei - volken
De oorspronkelijke bevolking bestaat uit Dani, een bekend Papoeavolk. De Dani staan bekend om hun oorlogszuchtige instelling. Tijdens de ontdekking van de vallei viel het op dat overal hoge, slanke torens waren gebouwd. Deze fungeerden als uitkijkpost om de dorpelingen te kunnen waarschuwen voor de nadering van vijandige clans. Deze torens zijn, nadat het gebied onder Nederlands bestuur werd gebracht en oorlogvoeren verboden werd, geleidelijk afgebroken. De Dani uit de Baliemvallei zijn verwant aan de volken in de bergen ten westen van de vallei, die wel Westelijke Dani of Lani worden genoemd. Hun gebied is dichterbevolkt dan dat van de Dani. Een derde volk zijn de Yali, die in dunbevolkte gebieden hoog op de berghellingen van het Jayawijayagebergte leven.
Onder Indonesisch bestuur kwam het in de jaren zeventig tot spanningen met de Dani, die werden gezien als een onderontwikkeld volk. Begin jaren zeventig poogde de Indonesische overheid met 'Operatie Koteka' de Dani aan te zetten tot het verwisselen van hun peniskokers voor kleren en om in moderne vierkante huizen te gaan wonen. Veel Indonesische militairen, die het beleid tot uitvoering moesten brengen, beschouwden de Dani echter als 'wilden' (weinig meer dan dieren, een houding die nog steeds bij veel Indonesiërs leeft) en behandelden hen zeer ruw. Tegenwerkende Dani werden soms zelfs gedood. In 1977 brak er een opstand uit onder de Dani onder leiding van de Organisasi Papua Merdeka, waarbij de Dani met pijl en boog vochten tegen Indonesische soldaten met raketten, aanvalsvliegtuigen en helikopters, waarmee Dani-dorpen werden platgebombardeerd. Naar schatting 500 Dani kwamen om in de strijd, die zich met name concentreerde rond de dorpen Pyramid en Bokondini in het noorden van de vallei. 'Operatie Koteka' liep uit op een volledige mislukking.
In de jaren 1990 brak opnieuw een strijd uit voor onafhankelijkheid, die opnieuw met geweld werd neergeslagen door de Indonesische overheid die in 1997 zelfs aanzette tot geweld tussen de stammen om zo zelf buiten schot te blijven. Tot halverwege de jaren 2000 was de vallei daarop gesloten gebied. Nog steeds wordt de vallei door veel Indonesische bestuursambtenaren beschouwd als het 'einde der wereld'.
(Bron: Wikipedia)